Wie denkt dat de Motorshow Essen alleen interessant is voor liefhebbers van auto’s die behangen zijn met racepolyester en neonbuizen, moet misschien maar even verder lezen. De organisatie heeft namelijk ook voor de klassiekerliefhebber wat fraais in petto. Het haalt het natuurlijk niet bij de Techno Classica, maar dat is ook niet de doelstelling. Voor alle Tifosi hieronder een aantal van de bijzondere Ferrari’s die getoond zullen worden in het kader van de tentoonstelling ‘Mythos Ferrari’, waar Ferrari prototypes, racewagens en uiteraard enkele van de legendarisch geworden sportwagens getoond worden.

Ferrari 365 P/F Berlinetta Special (1967)
Ferrari 365 P/F Berlinetta Special (1967)

Ferrari 365 P/F Berlinetta Special uit 1967. Prototype met de motor uit de Ferrari 365 P racing sports auto. 12 Cilinders, 4,390 cm2 motorinhoud en 379 pk. Pininfarina presenteerde de 365 Berlinetta Special op de Salon Automobile in Parijs, 1966. De auto is een driezitter met het stuur in het midden. Ook de motor is midscheeps geplaatst. Fiat president Agnelli kocht de auto. Er werd nog een exemplaar gebouwd dat gekocht werd door Luigi Chinetti. Hij was een coureur die onder andere een Le Mans zege op z’n naam schreef, eigenaar van een raceteam en Ferrari importeur voor de Verenigde Staten. De auto bleef in zijn bezit tot hij in 1994 overleed. Foto: Rainer Schlegelmilch

Concept Car, Bertone Ferrari Rainbow (1976)
Concept Car, Bertone Ferrari Rainbow (1976)

Ferrari Bertone Rainbow Dino GT4 von 1976. Designstudie van Bertone op basis van een 308 GT4. Acht cilinders, 2926 cm2 motorinhoud, 255 pk. Bertone presenteerde in 1976 op de Salon van Turijn dit studiemodel. Het chassis van de 308 GT4 was 100 mm verkort. Het targa dak kon eenvoudig verwijderd worden en vond daarna een plaats achter de stoelen. Vanwege de mogelijkheid om de auto zo razendsnel aan de weersgesteldheid aan te passen werd hij ‘Rainbow’ genoemd. Toen de serie 308 GT4 in 1974 in productie ging stond er overigens nog geen ‘Ferrari’ op de neus, maar Dino. Zo wilde Enzo Ferrari zijn overleden zoon herdenken. Pas vanaf 1976 prijkte het stijgerende paard op de auto.

Ferrari 166 Inter GT (1950)
Ferrari 166 Inter GT (1950)
Ferrari 166 Inter GT (1950)
Ferrari 166 Inter GT (1950)

Ferrari 166 Inter GT uit 1950. De eerste in serie gebouwde GT van Ferrari. 12 Cilinders, 1995 cm2 motorinhoud, 115 pk. Tot 1947 had Ferrari ‘slechts’ race- en sportwagens gebouwd, voornamelijk voor de racerij. Met de 166 Inter werd met die traditie gebroken. Deze auto was gebouwd voor gebruik op de openbare weg, hoewel de motor van de racewagens afstamde. In totaal bouwde Ferrari 37 exemplaren van de 166 Inter GT. Vanaf 1950 werd de motorinhoud vergroot naar 2,3 liter. De auto heette vanaf dat moment 195 Inter.

Ferrari 250 GT Boano Coupé (1957)
Ferrari 250 GT Boano Coupé (1957)
Ferrari 250 GT Boano Coupé (1957)
Ferrari 250 GT Boano Coupé (1957)

Ferrari 250 GT Boano Coupé von 1956. Het eerste Ferrari model waarvan 100 exemplaren met identieke carrosserie gebouwd werden. 12 Cilinders, 2953 cm2 motorinhoud, 240 pk. Ferrari presenteerde in maart 1956 op de Autosalon van Genève de opvolger van de 250 GT Europa. De carrosserie was door Ferrari’s ‘huisdesigner’ Pinin Farina (toen nog met twee woorden geschreven) ontworpen. Ten opzichte van de Europa was de auto lager en had een kleinere grill. Pinin Farina bouwde nog vier prototypes. Daarna gaf Ferrari pas zijn akkoord voor de serieproductie. Omdat Pinin Farina niet over voldoende productiecapaciteit beschikte, maakte carrosseriebouwer Boano ook 64 exemplaren. De overige 100 geplande auto’s werden bij Ellena gebouwd.

Ferrari 410 Super America Superfast (1956)
Ferrari 410 Super America Superfast (1956)

Ferrari 410 Super America Superfast uit 1956. Het toenmalige topmodel van Ferrari. 12 Cilinders, 4962 cm2 motorinhoud, 340 pk. Dit model, dat van 1955 tot 1959 in een kleine oplage (slechts 34 exemplaren) werd gebouwd, was voornamelijk voor de Amerikaanse markt bestemd. De Super America Superfast kostte destijds echter twee maal zoveel als een Mercedes 300 SL. Op de Salon van Turijn toonde Pinin Farina de studie Superfast (zonder A-zuil) op basis van de 410 Super America. Foto: Rainer Schlegelmilch

Ferrari 250 GT SWB Berlinetta (1960)
Ferrari 250 GT SWB Berlinetta (1960)
Ferrari 250 GT SWB Berlinetta (1960)
Ferrari 250 GT SWB Berlinetta (1960)
Ferrari 250 GT SWB Berlinetta (1960)
Ferrari 250 GT SWB Berlinetta (1960)

Ferrari 250 GT SWB Berlinetta von 1960. Zo ongeveer het meest beroemde model van Ferrari. 12 Cilinders, 2953 cm2 motorinhoud, 260 pk. Een van de duurste Ferrari’s van de laatste tijd. SWB staat voor Short Wheel Base, hetgeen verwijst naar de kortere wielbasis ten opzichte van de ‘normale’ 250 GT. Uiteraard bestonden van de SWB ook raceversies.

Ferrari 365 GTB/4 Daytona Coupé (1971)
Ferrari 365 GTB/4 Daytona Coupé (1971)
Ferrari 365 GTB/4 Daytona Coupé (1971)
Ferrari 365 GTB/4 Daytona Coupé (1971)

Ferrari 365 GTB/4 Daytona Coupé uit 1971. Een onverwacht succes. 12 Cilinders, 4390 cm2 motorinhoud, 350 pk. Van 1968 tot 1973 werd de 365 GTB/4 in een oplage van bijna 1300 exemplaren gebouwd, hetgeen dit tot een van de meest succesvolle Ferrari’s ooit maakte. De toevoeging ‘Daytona’ werd officieel nooit door Ferrari gebruikt. Tijdens de presentatie op de Autosalon van Parijs doopten de journalisten de auto ‘Daytona’, waarschijnlijk naar de drievoudige overwinning in 1967, tijdens de 24 uurs races op Daytona Beach. De auto was voor toenmalige begrippen nogal ‘ouderwets’ uitgevoerd met de motor voorin en de aandrijving op de achterwielen en woog bijna 1500 kg. Om die reden verwachtten de kenners dat dit model geen groot succes zou worden.

Ferrari F40 Berlinetta Coupé (1987)
Ferrari F40 Berlinetta Coupé (1987)

Ferrari F40 Berlinetta Coupé uit 1987. Gebouwd vanwege het 40-jarig bestaan van Ferrari. Acht cilinders, 2936 cm2 cilinderinhoud, turbo, 478 pk. De eerste Ferrari reed tijdens een race in Piacenza in Italië in 1947. Om het 40-jarig jubileum te vieren gaf Enzo Ferrari opdracht tot de bouw van een supersportwagen. De F40. De tot dan snelste en krachtigste Ferrari voor de openbare weg. Het was het laatste model dat onder het toeziend oog van de 88 jarige Enzo Ferrari ontwikkeld werd. Oorspronkelijk zouden slechts 450 exemplaren gebouwd worden. Vanwege de onverwacht hoge vraag naar de supersportwagen werden tot 1992 uiteindelijk 1315 F40’s gebouwd.

Meer informatie: www.essen-motorshow.de

Motorshow Essen: Ferrari in het voetlicht
Getagd op:    

13 gedachten over “Motorshow Essen: Ferrari in het voetlicht

  • Pingback:Essen Motorshow 2009 Vrijdag 27/11/09

  • 13 november 2009 om 11:17
    Permalink

    Ergens best in om te gaan eigenlijk. Hmmm eens kijken….

  • 8 november 2009 om 22:51
    Permalink

    De Essen Motorshow is dé autobeurs waar ik elk jaar het meest naar uitkijk. Veel minder marketinggedoe van grote merken en ze bieden plaats aan kleine bedrijven die wat leuks kunnen met auto’s. Van tunen tot restaureren of zelfs alleen poetsen. Die gasten werken zich daar helemaal de tyfus om leuke demo’s te geven. En die tuningmeuk, das net als bij een verkeersongeluk. Je wil er toch naar kijken. En vaak staat er bijzonder spul tussen, zeker de moeite waard.

    Dit jaar dan met deze collectie Ferrari’s erbij. De 2009-editie is nu al geslaagd. Ik zie u daar! 😉

  • 8 november 2009 om 21:19
    Permalink

    Die Boano mag je zo voor me inpakken. Een late Daytona is ook niet mis . . . maar niet in die kleur.

    Zoals je wellicht in Octane las was de Daytona gebaseerd op de 275. Ik heb een aantal fraaie platen van de 275 GTC zoals ie op Spa reed. Hoe plak ik?

  • 8 november 2009 om 19:52
    Permalink

    Goh, gewoon om naar te kijken is het al een prachtige collectie…

  • 8 november 2009 om 18:52
    Permalink

    Ach, deze is ook niet misselijk, maar veel te overdreven gerestaureerd. Ik snap natuurlijk wel dat zo’n waardevolle auto perfect gerestaureerd wordt, en heb respect voor het vakmanschap waarmee dat gedaan is, maar zo mooi hebben ze de fabriek nooit verlaten. En durf je er dan nog mee te rijden? Oordeel zelf…

  • 8 november 2009 om 18:28
    Permalink

    Ik smelt helemaal voor die SWB, kunnen weinig andere Ferrari’s tegenop.

  • 8 november 2009 om 17:42
    Permalink

    Ook weer waar 😉 Mijn favoriet is toch wel de SWB, op de voet gevolgd door de F40. In mijn ogen de laatste echt interessante Ferrari. Daarna werd ’t mij allemaal te ‘Playstation-achtig’.

  • 8 november 2009 om 17:33
    Permalink

    Nu ben ik veel te laat met editten helaas, maar ik bedoelde de Daytona. Had je ook wel uit de rest van het stukje kunnen halen, een prototype is nooit ‘een van de meest succesvolle’. 😉

  • 8 november 2009 om 16:59
    Permalink

    Heel leuk al die aparte dingen, maar ik ben echt weg van de 365, vreemd genoeg. 😀 Opvallend ook: De 365 was een van de meest succesvolle Ferrari’s, maar van de superdure supersporter F40 werden later al meer exemplaren gemaakt. Toont maar weer hoe de exclusiviteit van Ferrari steeds minder wordt.

Reacties zijn gesloten.